In totaal schreven 116 teams uit 20 verschillende landen zich in voor de 55ste editie van de Barum Czech Rally. De grootste favorieten waren zonder twijfel de voormalige Skoda Motorsport fabrieksrijder en twaalfvoudig Barum-winnaar Jan Kopecký (Skoda Fabia RS), ERC-puntenleider Teemu Suninen uit Finland (Skoda Fabia RS), Andrea Mabellini (Lancia Ypsilon HF integrale), Miko Marczyk (Skoda Fabia RS) en Simon Wagner (Hyundai i20 N), die de Barum rijdt als onderdeel van zijn Tsjechische kampioenschapscampagne. Onder de thuisrijders waren Adam Březík (Skoda Fabia RS) en Filip Mareš (Toyota GR Yaris) de te kloppen mannen. Bulacia, Reiersen en Kauppinen bleven om diverse redenen afwezig, terwijl voormalig Barum-winnaar en regerend Tsjechisch kampioen Dominik Stříteský eveneens afwezig was omdat hij nog steeds herstellende is van zijn zware sortie tijdens de afgelopen Rally van Polen.
Tactiek op vrijdag tijdens de kwalificatie
Vóór de officiële start werd een kwalificatieproef gereden in de buurt van Otrokovice die de startvolgorde zou gaan bepalen voor de ERC rijders op zaterdag. De Roemeen Simone Tempestini (Skoda Fabia RS) toonde zich het snelste in de buurt van het dorp Žlutava. Op minder dan een seconde werd hij gevolgd door Jakub Matulka (Skoda Fabia RS), Filip Mareš, Andrea Mabellini en Adam Březík (Skoda Fabia RS). Veel rijders doseerden bewust hun tempo om hun startpositie te beïnvloeden om toch maar niet als eerste de baan op te moeten op zaterdag.
Ceremoniële start in de straten van Zlín onder een fantastische sfeer
Hoewel vrijdag de koelste dag van het weekend was steeg de temperatuur, in de straten van Zlín vóór de ceremoniële start, tot vlot tegen de 30 graden. Zoals iedere editie het wil had zich een grote menigte verzameld op het Náměstí Míru (Vredesplein) in Zlín, waar de sfeer fantastisch was. Na de openingsceremonie begaven de meeste toeschouwers zich naar de super special proef die was uitgetekend in de stad. De avondwedstrijden werden daar geopend door de Star Rally Historic, al 18 jaar een vast onderdeel van de Barum, die eveneens meetelt voor het Tsjechische historische kampioenschap. Een mooi hoogtepunt tijdens de demonstratieritten was de legendarische Paolo Diana in zijn Fiat 131 Abarth en zijn gekende dwarser dan dwars passages. Naast de lengte van bijna 10 km (een lus van 3 × 3 km) is de omgekeerde startvolgorde een bijzonder kenmerk van de super special in Zlín. Al snel verloren we Francesco Paccagnella (Peugeot 208 Rally4), die noodgedwongen diende op te geven ten gevolge van een crash tijdens de shakedown eerder in de ochtend.
Afgebroken versnellingspook
Grote problemen echter voor een van de favorieten Erik Cais (Hyundai i20 N), die letterlijk de versnellingspook van zijn Hyundai afbrak, waardoor hij terugviel naar de elfde plaats met een achterstand van iets minder dan negen seconden. “Aan het begin van de derde ronde brak de versnellingspook af en kon ik niet meer hogerop schakelen waardoor ik de hele tijd tegen de begrenzer aanzat. Ik hoop dat we het morgen kunnen oplossen, deze wedstrijd moet mij duidelijk niet”. Men kon duidelijk de machteloosheid aflezen op het gezicht van de Hyundai rijder. Zowat alle rijders waren vol lof over de sfeer in Zlín. “Zelfs al was het mijn tiende Barum, het is altijd ongelooflijk. Hoewel het slechts een stadsetappe is, is deze behoorlijk lang en veeleisend. We genieten hier altijd enorm”, aldus de Oostenrijker Simon Wagner.
In de ERC4 opende Tom Heindrichs met de vierde tijd in zijn Opel Corsa, iets minder dan vijf seconden achter de Duitser Dünker. Mabellini herhaalde zijn overwinning in de stad super special van vorig jaar en werd in de top drie vergezeld door Marczyk (+1,6″) en thuisrijder Adam Březík (+2,8″). Veteraan Jan Kopecký (+3,5″) viel iets terug en maakte de top vijf compleet.
Een (on)rustige Zaterdagavond
De eerste ronde op zaterdagochtend startte onmiddellijk in een razend tempo. Thuisrijder Mareš schoot het snelste uit de startblokken met twee snelste tijden op een rij. Na de langste en zwaarste proef, SS3 Troják, met zijn hobbelige kapotte asfalt, zag de voorlopige top drie er als volgt uit: Mareš aan de leiding, Kopecký (+0,7″) en Březík (+3″,1). De ERC rijders Marczyk vierde (+5,3″) en Mabellini vijfde (+7,5″) klampten aan maar verloren tijd. Zelfs Teemu Suninen stond verrassend op de achtste plaats (+10,4″). “Gek! Absoluut gek! Zo moeilijk met de grip, hobbelig, grind, zwart asfalt, glanzend asfalt, van alles. Dat was een hele ervaring. Hopelijk hebben we niet te veel tijd verloren. Je moet hier al voor de tiende keer zijn om
echt snel te zijn. Nu begrijp ik waarom WRC-coureurs het hier altijd moeilijk hebben gehad,” aldus de fin aan de finish van SS3.
Voor het eerst in jaren verliepen de eerste twee proeven van de ochtend zonder opgaves bij de koplopers, iets wat in eerdere edities meestal anders was. Althans dat werd gedacht tot de proef Bunč werd gestart, waar de Barum zijn ware gezicht liet zien. De smalle, verraderlijke, met grind bezaaide heuvels van SS4 Bunč werden het best bedwongen door de lokale rijder Březík. Mareš, die tot dan toe aan de leiding lag, viel terug vanwege gele vlaggen als gevolg van de zware sortie van de Ier William Creighton in een Citroën C3. Op dezelfde proef, enkele kilometers na de start, donderde ook Dominik Jakeš (Skoda Fabia RS) hard van de baan waardoor de proef uiteindelijk afgelast werd en de overige bemanningen een normtijd kregen toegekend. Tom Heindrichs won beide ochtendproeven en nam daarmee de leiding over in de ERC4 en Junior ERC-categorie vóór Colin Dünker (+10,3″).
Hard gaan
Het Tsjechische trio Mareš–Kundlák–Kopecký bleven hard gaan maar de ERC- rijders, die zich inmiddels beter hadden aangepast aan het typische karakter van elke proef, begonnen naar voren te schuiven. Op Troják 2, was Marczyk de snelste en kwam hij tot op een seconde van leider Březík. Na maar liefst 14 jaar moest Barum legende Jan Kopecký hier opgeven. Een steen die in zijn velg was blijven steken veroorzaakte een lekke band en beschadigde een remleiding, waardoor hij kort bij de finish van het zaterdaggedeelte moest opgeven. Ook de lokale rijder Filip Kohn (Skoda Fabia RS), die op de vijftiende plaats reed, belandde in de greppel op deze proef en mocht eveneens een kruis over zijn wedstrijd maken. Troják was duidelijk de scherprechter van de wedstrijd, met verschillende lekke banden en sorties waardoor de proef na een aantal oponthouden uiteindelijk ook werd afgelast.
Bunč 2, verliep dan weer het beste voor Suninen, die aan het einde van de dag van de achtste naar de derde plaats was opgeklommen, mede dankzij een lekke band van Mareš, waardoor deze terugviel naar de zesde plaats. Adam Březik mocht als leider gaan slapen, achtervolgd door het trio Marczyk (+9,7″),Suninen (+11,3″) en Mabellini (+13,1″). Na dag 1 lag de top vier binnen amper dertien seconden van elkaar.
Březíks zondag
Březík kende de beste start op zondagochtend en breidde zijn voorsprong uit tot twintig seconden, door op alle 3 de proeven, waaronder de legendarische Pindula en Semetín de snelste tijd te rijden en waarbij Suninen deze laatste bij de finish vergeleek met de Finse Ouninpohja. “Er zijn geen woorden voor om deze etappe te beschrijven. Ouninpohja maal drie…sorry Finland!“, grapte de ERC puntenleider. Na de eerste ronde moest een andere lokale favoriet, Erik Cais, zijn Hyundai i20 met technische problemen aan de kant zetten terwijl hij op de zevende plaats reed. Nu Kopecký en Cais uitgeschakeld waren en Mareš zondag van de weg raakte, was Březík de enige die de Tsjechische vlag hoog hield in de strijd om de leiding.
Achter hem ging de Europese elite een felle strijd aan, Suninen tweede (+21,2″), Marczyk derde (+21,7″) en Mabellini vierde (+25″). Ook de lokale rijder Ján Kundlák viel het hele weekend op met fraaie prestaties in zijn Škoda. Zijn ervaring op simulators, van waaruit hij de stap naar het echte rallyrijden maakte, kwam hem zeker goed van pas. Kundlák was echter niet ingeschreven in het ERC en kwam pas laat op het voorplan tevoorschijn omwille van zijn hoog startnummer.
In de slotronde wist Březík zijn voorsprong te behouden, terwijl Marczyk geleidelijk terugviel van de 2de naar de 4de plaats. Waarna Mabellini hem op de laatste proef, de power stage, nipt versloeg om bonuspunten te verzamelen voor het ERC-kampioenschap. Na negen Barum-deelnames en een uitstekende vorm dit jaar behaalde Březík zijn eerste overwinning. Na een moeilijke zaterdagochtend vond Suninen zijn ritme terug en pakte hij met sterke prestaties op zondag de tweede plaats (+8,3″). Mabellini zijn vastberadenheid leverde hem brons op en een eerste Europees podium voor Lancia (+15,8″), hij had een jaar eerder ook al op het Barum-podium gestaan. De Polen Marczyk (+17,1″) en Matulka (+55,9″) maakten de top vijf in het algemeen klassement compleet.